Slaapcongres Nederland

Slaapcongres Nederland

Programma

Er zijn zowel Nederlands- als Engelstalige als sessies bij te wonen.

Download programma SLAAP2021

Featuring Dutch and English sessions. View English Track:

Download programme English Track

  25 november 2021
  I II III IV V VI
09:00            
             
09:30          
           
10:00          
       
10:30      
       
11:00      
           
11:30      
       
12:00
 
12:30
 
13:00      
       
13:30      
       
14:00      
       
14:30      
       
15:00      
       
15:30          
           
16:00          
           
16:30          
           
17:00          
           
17:30            
             
  26 november 2021
  I II III IV V VI
09:00      
       
09:30          
           
10:00          
           
10:30      
       
11:00      
       
11:30      
       
12:00      
       
12:30      
       
13:00
 
13:30
 
14:00      
           
14:30      
       
15:00      
       
15:30          
           
16:00          
           
16:30            
             
17:00            
             
17:30            
             

Insomnie (Dutch)

10:15 - 11:15 on 25 november 2021 (I)

Sessievoorzitter: Dhr. Eus van Someren

Tijd

Spreker

Titel

 

Desana Kocevska

Hebben sommige kinderen een genetische aanleg voor slecht slapen? Een polygene risicoscore studie in de algemene pediatrische populatie

 

Jeanne Leerssen

Insomnie behandeling ter preventie van depressie

 

Rick Wassing

De nadelige gevolgen van rusteloze REM slaap op regulatie van emotionele herinneringen in insomnia

 

 

Abstracts: 

Hebben sommige kinderen een genetische aanleg voor slecht slapen? Een polygene risicoscore studie in de algemene pediatrisch populatie. Dr. Desi Kocevska, Netherlands Institute for Neuroscience, Dept. Sleep and Cognition, Rotterdam
Inleiding: Genoombrede associatiestudies (GWAS) hebben genetische varianten geïdentificeerd die betrokken zijn bij slapeloosheid en slaapduur. GWAS’s zijn echter bij volwassenen uitgevoerd. Het is onbekend of de genetische varianten die bij volwassenen samenhangen met slaap, ook al van invloed zijn op slaap in de kinderjaren.
Onderzoeksvraag: Zijn individuele polygene risicoscores (PRS) voor slapeloosheid (PRS-I) en slaapduur (PRS-SD) geassocieerd met slaap in de kinderjaren en de vroege adolescentie?
Methoden: Voor 2,458 kinderen van Europese afkomst uit de Generatie R-studie geïncludeerd waren zowel genotype- als slaapgegevens beschikbaar. PRS-I en PRS-SD zijn berekend op basis van de grootste GWAS-studies tot nu toe. Slaapproblemen werden door de moeders gerapporteerd toen de kinderen 1,5, 3 en 6 jaar oud waren. Bij 975 van hen werd ook actigrafie gemeten toen zij tussen de 10 en 16 jaar oud waren. We gebruikten regressiemodellen om de voorspellende waarde van de PRS voor slaap te schatten.
Resultaten: Moeders van kinderen met een hogere PRS-I rapporteerden meer slaapproblemen op 6-jarige leeftijd (BPRS-Ip<5e08=0,1, 95%CI: 0,02;0,2) en een trend voor meer slaapproblemen 1,5-jarige leeftijd (BPRS-Ip<0,001=0,1, 95%CI: 0,04-0,2). Tijdens adolescentie voorspelde een hogere PRS-SD een langere actometrisch gemeten slaapduur (BPRS-SDp<5e08=0.05, 95%CI: 0.001;0.1), maar ook langer wakker liggen tijdens de nacht (BPRS-SDp<0.005=0.3, 95%CI: 0.04;0.5).
Conclusies: Al in de vroege kinderjaren hangt slaap samen met het polygenetische risico's voor slapeloosheid en slaapduur. Kinderen met een hogere genetische kwetsbaarheid voor slapeloosheid hebben meer problematische slaap. Adolescenten met een hogere genetisch predispositie voor langere slaap, slapen langer.

 

Insomnie behandeling ter preventie van depressie - Jeanne Leerssen, Nederlands Herseninstituut
Preventie van depressie is essentieel om de globale ziektelast van deze stoornis te bestrijden. Insomnie behandeling in individuen die risico lopen een depressie te ontwikkelen, zoals recent gevonden insomnie subtypen, zou een effectieve strategie kunnen zijn om depressie te kunnen voorkomen. Eerdere studies gebruikten geautomatiseerde eHealth interventies, maar de bevindingen van deze studies zijn moeilijk te interpreteren door hoge drop-out.

In de huidige gerandomiseerde trial onderzoeken we of de verergering van depressie symptomen te voorkomen is in insomnie subtypen met een hoog risico op depressie, door het aanbieden van internet cognitieve gedragstherapie voor insomnie (CGT-I), choronobiologische interventies (CI), of een combinatie van deze interventies (CGT-I+CI) onder begeleiding van een online therapeut.

Deelnemers met een insomnie subtype met hoog risico voor depressie (N=132) werden gerandomiseerd tot 6 weken CBT-I, CI, CGT-I+CI, of geen behandeling. De Inventory of Depressive Symptomatology (IDS-SR) vragenlijst werd afgenomen op baseline en op 4 vervolgmetingen gedurende één jaar.

Zonder behandeling verergerden inderdaad de depressieve symptomen gedurende 4 de vervolgmetingen bij deze hoog-risico insomnianten (d=0.3, p=0.041). Therapeut-begeleide online CGT-I of CGT-I+CI verlaagde de IDS-SR score over alle 4 de vervolgmetingen (CGT-I d=-0.8, p=0.001; CGT-I+CI d=-1.0, p<0.001). Alhoewel CI opzichzelfstaand ineffectief bleek, lijkt de toevoeging van CI aan CGT-I de lange-termijn stemmingsverbeteringen te versterken op 9 en 12 maanden (respectievelijk d=-1.3, p=0.001; d=-0.7, p<0.012). Studie drop-out tijdens de therapeut-begeleide interventies was laag (8%), vergeleken met de volautomatische interventies van eerdere studies (57-62%).

Therapeut-begeleide online CGT-I kan nuttig zijn om de verergering van depressieve symptomen te voorkomen bij insomnie subtypen die een hoog risico hebben om een depressie te ontwikkelen. De begeleiding van een onlinetherapeut tijdens Ehealth interventies kan helpen om drop-out te beperken. Zorginstanties en overheid preventieprogramma’s zouden therapeut-begeleide online insomnie interventies kunnen overwegen als een effectieve schaalbare interventie om de verergering van depressieve symptomen te voorkomen.  

 

De nadelige gevolgen van rusteloze REM slaap op regulatie van emotionele herinneringen in insomnia - Rick Wassing, Phd, Woolcock Institute of Medical Research, Dept Sleep and Circadian Research, Syndney
Ongeveer 10% van de algemene bevolking heeft slapeloosheid (insomnia), en daarmee plaatst het zich in de top drie van meest voorkomende psychische stoornissen samen met angststoornissen en depressie. De onderliggende neurobiologische verbanden zijn in ons onderzoek in de laatste jaren aan het licht gekomen. De gemeenschappelijke noemers in alle drie de stoornissen is een ontregeld limbisch hersencircuit en ‘rusteloze REM slaap’. Dat laatste is REM slaap dat veel fragmentatie vertoont met veel ontwakingen maar ook kortstondige corticale ‘arousals’. Ten grondslag aan deze fragmentatie is een verstoorde regulatie van de Locus Coeruleus. Waar normaliter de Locus Coeruleus zich stil houdt tijdens REM slaap van normale slapers, doet deze kern in de hersenstam dat niet bij mensen met slapeloosheid. Dit resulteert in een ongewoon sterke neuromodulatie van Noradrenaline op het brein. Onze hypothese was dat dit negatieve gevolgen moest hebben op de nachtelijke verwerking van emotionele herinneringen. Normale slapers en insomnia patiënten werden in een MRI-scanner in sterke verlegenheid gebracht door ze te laten luisteren naar opnames van hun eigen valse gezang dat eerder was opgenomen. Ook moesten ze autobiografische beschamende herinneringen ophalen. Na een nacht slaap met polysomnografie werden ze in de ochtend weer blootgesteld aan de emotionele stimuli. De studies laten zien dat het limbische brein niet meer activeert in de ochtend, maar alleen als de REM slaap voldoende geconsolideerd was. Na een nacht met rusteloze REM slaap bleef het limbische brein actief reageren op de emotionele stimuli, in sommigen zelfs nog sterker dan in de avond daarvoor. Deze bevindingen onderschrijven ons theoretisch model waarin we beschrijven hoe emotionele herinneringen worden verwerkt tijdens onze slaap. Dit proces is afhankelijk van een nauwkeurig afgestemde balans tussen neurofysiologie (e.g. slaap-spindles) en neuromodulerende systemen (e.g. Noradrenaline).

Sleep and cognition (English)

10:15 - 11:15 on 25 november 2021 (III)

Moderator:  Ysbrand van der Werf

Time

Speaker

Title

 

Lucia Talamini

Sleep Fosters Insight Into Real-Life Problems

 

Youri Bolsius

Recovery of “lost” spatial memories after sleep deprivation

 

Sophie Schwartz

Emotional (re)processing in sleep and dreams

Abstracts:

Recovery of “lost” spatial memories after sleep deprivation
Youri G. Bolsius1*
, Pim R.A. Heckman1,2*, Frank Raven1#, Elroy L. Meijer1, Martien J.H. Kas1, Steve Ramirez3, Peter Meerlo1, Robbert Havekes1
1University of Groningen, Groningen, The Netherlands; 2 University of Maastricht, Maastricht, The Netherlands; 3 Boston University, Boston, USA

* equal contribution

# current address: Department of Molecular, Cellular, and Developmental Biology, Ann Arbor MI 48109

Sleep deprivation (SD) is a common problem in our modern 24/7 society. A loss of sleep negatively impacts brain function and in particular cognitive processes that require the hippocampus. In fact, a brief period of sleep deprivation immediately after a hippocampal learning trial leads to memory deficits. It is unclear, however, whether sleep deprivation leads to an absolute loss of information or, alternatively, affects the retrievability of this information stored under sleep deprivation conditions.

In the current study, we use mouse models to specifically tag and optogenetically reactivate the hippocampal neuronal ensembles, responsible for the storage and retrieval of a spatial memory (i.e., memory engram). In line with previous work, we found that 6 hours of SD after a spatial learning episode hampered the memory performance. However, optogenetic activation of the memory engram preceding the test session resulted into a rescue of the spatial memory. This observation suggests that SD does not lead to the loss of information but rather impacts the natural accessibility of spatial memories formed under SD conditions. As a next step, we rescued these inaccessible memories after SD by the systemic treatment with the clinically-approved phosphodiesterase-4 (PDE4) inhibitor, which increases the hippocampal cAMP levels, preceding the test session. Lastly, we combined optogenetic engram stimulation with PDE4 inhibitor treatment three days following training and subsequent SD, this manipulation resulted in a more persistent memory trace that allowed for natural retrieval several days later.

Our studies demonstrate that SD does not necessarily cause memory loss, but instead leads to the suboptimal storage of information that is inaccessible for natural retrieval. We also provide a proof-of-principle that these suboptimally stored memories can be made accessible again far beyond the learning episode and that the clinically-approved PDE4 inhibitor roflumilast may be used to successfully retrieve information thought to be lost.

 

Emotional (re)processing in sleep and dreams. Sophie Schwartz, Head of the Sleep and Cognition Lab and full professor at the Neuroscience Dept., Faculty of Medicine, University of Geneva, Switzerland.
Sleep favors the consolidation of newly acquired memories. Yet, how our brain selects the noteworthy information to be reprocessed during sleep remains largely unknown. From an evolutionary perspective, individuals must retain information that promotes survival, such as avoiding dangers, finding food, obtaining praise or money. Recent neuroscientific theories also suggest that emotions experienced in dreams contribute to the resolution of emotional distress and preparation for future affective reactions. In my presentation, I will report experimental evidence supporting that neural and mental representations of emotional events are prioritized for reprocessing during sleep. I will also show that dreaming (beyond sleep) benefits emotional regulation, thus substantiating a link between emotional processes occurring during sleep and emotional brain functions during wakefulness. Based on these findings, we will discuss whether sleep and dreaming may offer an opportunistic window for exposure and extinction-based therapies in affective disorders.

 

 

Apneu (Dutch)

13:00 - 14:00 on 25 november 2021 (I)

Sessievoorzitter: Jerryll Asin

Pro / con discussie

Tijd

Spreker

Titel

 

Manu Sastry

Asymptomatische ernstige OSA wel behandelen

 

Dirk Pevernagie

Asymptomatische ernstige OSA niet behandelen

 

 

Slaap en psychiatrie (Dutch)

13:00 - 14:00 on 25 november 2021 (II)

Sessievoorzitter: Maaike van Veen

Slaap, hormonen en psychiatrie

Margot Morssinkhof, Birit Broekman, Babette Bais

Kunnen psychiatrische stoornissen behandeld worden tijdens de slaap?     

Lucia Talamini, Hein van Marle

 


Slaap en psychiatrie

In de sessie “Slaap en psychiatrie” komen 2 thema’s voor het voetlicht: “Slaap, hormonen en psychiatrie” en “Kunnen psychiatrische stoornissen behandeld worden tijdens de slaap?”.  Per thema presenteren twee gekoppelde sprekers ieder in 8 minuten hun eigen werk en relevante, recente bevindingen, gevolgd door 10-15 minuten discussie met u als publiek.

In het eerste deel “Slaap, hormonen en psychiatrie” zullen Margot Morssinkhof, Birit Broekman en Babette Bais spreken over de associaties tussen hormonen, slaap en stemming. In vogelvlucht worden de effecten van hormonen op de slaap besproken, met aandacht voor mannen en vrouwen, en mogelijke onderliggende mechanismen die hierin een rol spelen. Daarna worden de resultaten van een observationele studie naar effecten van de anticonceptiva op slaap en stemming gepresenteerd. Veranderingen in slaap en stemming tijdens de zwangerschap worden gerelateerd aan circadiane ritmiek en effecten van hormonen, vooral in verband met mogelijke aangrijpingspunten voor behandeling.

In het tweede deel “Kunnen psychiatrische stoornissen behandeld worden tijdens de slaap?” gaan Lucia Talamini en Hein van Marle in op technologische ontwikkelingen die een unieke mogelijkheid bieden om psychiatrische aandoeningen te behandelen door interventie tijdens de slaap. De achtergrond en methode van akoestische neurostimulatie tijdens de slaap worden besproken. Deze nieuw ontwikkelde techniek heeft groot potentieel om bestaande psychiatrische behandelingen te optimaliseren. Als concreet voorbeeld van de toepassing hiervan worden de eerste resultaten van de TMR-TRAUMA  studie gepresenteerd, een studie naar de effecten van Targeted memory reactivation bij patiënten met PTSS.. Het idee hierbij is dat door het beïnvloeden van geheugenopslag tijdens de slaap de door EMDR geneutraliseerde traumaherinneringen versterkt vastgelegd kunnen worden, en daarmee de behandeluitkomst kan verbeteren. 

Sleep Health Promotion in Adolescents (English)

13:00 - 14:00 on 25 november 2021 (III)

Sessievoorzitter: Ree Meertens

 

Modifying the impact of Eveningness Chronotype in Adolescence on Sleep, Circadian and Risk Outcomes

Allison Harvey

Development, implementation and evaluation of an intervention to promote healthy sleep in Flemish adolescents using a participatory approach

Benedicte Deforche

Promoting Sleep Health in Teens using a complex systems approach

Vincent Busch & Maartje van Stralen

 

Modifying the Impact of Eveningness Chronotype in Adolescence on Sleep, Circadian and Risk Outcomes. Allison Harvey, University of California, Berkeley, CA
Allison G. Harvey, PhD1, Kerrie Hein, MA1, Michael Dolsen, MA1, Lulu Dong, PhD1, Sophia Rabe-Hesketh, PhD1, Nicole B. Gumport, BA1, Jennifer Kanady, PhD1, James K. Wyatt2, Stephen P. Hinshaw1, Jennifer S. Silk3, Rita L. Smith, PhD1, Monique A. Thompson, PsyD1, Nancee Zannone, MFT1 and Daniel Jin Blum, PhD1 
Affiliations: 1 University of California, Berkeley, CA, 2 Rush University Medical Center, Chicago, IL, 3 University of Pittsburgh, Pittsburgh, PA 
Background: Adolescence is a one of the most important developmental stages and a time of great vulnerability. There is evidence that the onset of puberty triggers a general preference for eveningness. Evening chronotype (‘night-owls’) adolescents follow a delayed sleep-wake schedule, increasing mental and/or physical activity later in the day, compared to morning chronotypes (‘larks’). The evening preference has been identified as a contributing factor for poorer health across multiple domains (emotional, cognitive, behavioral, social, physical). A ‘treatment experiment’ will be described in which a psychosocial intervention (Transdiagnostic Sleep and Circadian Intervention; TranS-C-Youth) was administered to test the hypothesis that reducing eveningness will improve sleep and circadian functioning and reduce risk.
Methods: Youth aged 10 to 18 with an evening chronotype were randomized to: (a) TranS-C (n=89) or (b) Psychoeducation (PE; n=87). Treatments were 6 individual, weekly 50-minute sessions during the school year. Using multiple methods (global and prospective self-report, dim light melatonin onset, ecological momentary assessment) and multiple informers (adolescents, parents), outcomes were assessed by blind assessors pre-treatment and post-treatment.
Results: Relative to PE, TranS-C was associated with less evening circadian preference, earlier endogenous circadian phase (dim light melatonin onset; DLMO), less weeknight-weekend discrepancy in Total Sleep Time (TST) and wakeup time, less daytime sleepiness, and better self-reported sleep via youth and parent report. In terms of risk outcomes, relative to PE, TranS-C was not associated with greater pre-post change on the primary outcome. However, there was no group difference for total sleep time or bedtime on weeknights. There were significant interactions favoring TranS-C on the Parent-Reported Composite Risk Scores for cognitive health and selected other risk outcomes. 
Conclusions: Relative to PE, TranS-C was associated with improvement on selected sleep, circadian and risk outcomes.
improves sleep outcomes, changes a biological marker of circadian functioning (DLMO) and reduces adolescent risk on selected outcomes. 

 

Promoting Sleep Health in Dutch Teens applying a complex adaptive systems approach. Maartje van Stralen1 and Vincent Busch2
1 Faculty of Science and Amsterdam Public Health research institute, department of Health Sciences, Vrije Universiteit Amsterdam, the Netherlands
2 Sarphati Amsterdam, Public Health Service (GGD), City of Amsterdam, Amsterdam, the Netherlands

Dutch teens today are sleeping too little, often experience poor quality sleep and the great majority reports being structurally tired during the day. Consequently, we face a serious public health threat as poor sleep causes teens immediate harm (e.g. impaired cognitive development, increased obesity and depression risks) in a crucial developmental life phase, but also increases their risks of long-term health consequences such as diabetes and cardiovascular disease. Therefore, Brain Foundation Netherlands developed educational program Charge Your Brainzzz (CYB), the first and only preventive intervention promote healthy sleep in 13-15 year old Dutch teens. CYB aimed to build teens’ knowledge, attitudes, subjective norms and self-efficacy in relation to sleep in order to bolster teens’ intentions and subsequent healthy sleep behavior. CYB was appreciated by its implementers (teachers; school staff) and well-received by the teens. Even more, CYB effectively stimulated knowledge, attitude and self-efficacy but these changes did not translate to changes in sleep hygiene or actual sleep health. Altogether, CYB 1.0 serves as our study’s starting point in which we aim to extend and improve upon CYB by developing a more comprehensive CYB 2.0, by (1) applying a complex adaptive systems approach, (2) co-creating CYB 2.0 via participatory action research by involving users (i.e. teens, parents) and implementers so it fits their wishes and needs and (3) tailor it to be appropriate for different cultures and educational levels. By applying a complex adaptive systems approach, which inherently respects and deals with the multilevel nature of complex behaviors such as sleep, and in doing so, is capable of effective, sustainable, and scalable change. Via complex adaptive system, CYB expands to address the full range of social-environmental variables (e.g. peer influences, parental rules) and sleep-related behaviors (e.g. late-night media use, stress) needed to influence teens’ sleep health.

 

Year in review (Dutch)

14:15 - 15:15 on 25 november 2021 (I)

Sessievoorzitter: Dirk Pevernagie

 

Experimenteel human

Ysbrand van der Werf

Basaal

Tom de Boer

Klinisch

Sebastiaan Overeem

Sleep in times of Covid-19 (English)

14:15 - 15:15 on 25 november 2021 (II)

Moderator: Ellemarije Altena

 

Speaker

Title

 

Maria Juliana Leone

What we learnt about the impact of lockdown and how we can use it to improve circadian rhythms and sleep

 

Jason Ellis

Preventing COVID-related insomnia

 

Philip Cheng

 


Abstracts:


What we learnt about the impact of lockdown and how we can use it to improve circadian rhythms 
and sleep. Maria Juliana Leone, Senior Research Scientist, Scientific and Technical Research National Council of Argentina, the Universidad Nacional de Quilmes (UNQ) and the Universidad Torcuato Di Tella (UTDT)

Daily life changed under COVID-19 pandemic associated lockdown. Sleep and circadian rhythms were expected to be affected. In a first and longitudinal study, we evaluated the impact of lockdown on sleep and chronotype on a sample of subjects which completed a detailed circadian/sleep survey both before and during the lockdown. Sleep was longer and later during lockdown weekdays, social jetlag was lower but chronotype was delayed during lockdown, compared with the control condition (Leone et al 2020, Current Biology). In a second study, we evaluated a new sample where participants completed a similar but different survey. The goal of this second study was not only to learn about sleep and circadian rhythms, but to develop an evidence-based algorithm to be implemented on a mobile app (MiRelojInterno, www.mirelojinterno.org) which provides customized recommendations based on local data. The contribution of these results exceeds the generation of scientific knowledge, offering a tool designed to help users to improve and maintain healthy sleep and biological rhythms.

 

Preventing COVID-related Insomnia. Jason Ellis, PhD, Professor, Department of Psychology Northumbria University, Director, Northumbria Sleep Laboratory and Clinic, United Kingdom The COVID-19 pandemic has resulted in a significant increase in both the incidence and prevalence of acute insomnia. That said, one unusual, but often reported, feature of sleep during this time has been the increased presence of vivid disturbing dreams. Whether this represents i) an actual increase or change in dream activity or ii) increased awakenings from sleep, is unclear. The aim of the present study is to attempt to elucidate this relationship using a brief CBT-I based intervention. Sixty individuals with acute insomnia were recruited and assigned to either a waitlist control or treatment group (n = 30 in each group). The treatment group were provided an online variant of the ‘one shot’ (a pamphlet) whereas the control group just completed baseline and post treatment assessments. All participants completed the Mannheim Dream Questionnaire, the Insomnia Severity Index and a Sleep Diary pre and post intervention. Dream constructs such as vividness, frequency and duration were significantly associated with number of awakenings (p<.05). Following treatment, the intervention group reported significantly reductions in insomnia severity, dream frequency and improved sleep, compared to controls (p<.001). The results are discussed in relation to managing dreaming during a phase of acute insomnia.

Molecular mechanisms of sleep and biological clock

14:15 - 15:15 on 25 november 2021 (III)

Sessievoorzitter: Bert van der Horst

 

Tijd

Spreker

Titel

 

Linda van Kerkhof

Towards interventions that improve shift work related sleep disturbances and health

 

Inês Chaves

Sleep and the circadian clock in neonates: impact of perinatal circadian disturbance on later life health and sleep

 

Heidi Lammers-van der Holst

Sleep, Shiftwork and the Immune response to COVID-19 vaccination

 

Abstracts:

 

Towards interventions that improve shift work related sleep disturbances and health. Linda van Kerkhof, scientific researcher at the National Institute of Public Health and the Environment (RIVM)

Over the last centuries, our lifestyle dramatically changed as a result of the modernization of our society and the widespread availability of artificial light.  While these technological improvements have undoubtfully eased our daily life (e.g. constant access to light, energy, and food), they also introduced a new phenomenon in our population, known as “circadian misalignment”. Circadian misalignment occurs for example during nightwork inherent to our 24/7 economy. Less well known, it can also occur due to misalignment between our biological time, as determined by our internal body clock, and social times, mainly dictated by social obligations such as school or work. Circadian misalignment is strongly associated with sleep problems. Currently, intervention strategies for minimizing sleep problems related to circadian disturbance are very limited. Using new strategies to measure physiological responses during night shift work we aim to provide evidence-based interventions to minimize the health risks of shift work and other circadian disturbances. 

 

Sleep and the circadian clock in neonates: impact of perinatal circadian disturbance on later life health and sleep. Inês Chaves, assistant professor in the Department of Molecular Genetics of the Erasmus MC

Hospital patients are generally exposed to an environment immersed in noise, frequent and irregular interruptions, and atypical light cycles. These conditions preclude healthy sleep patterns and robust 24-h rhythms. Research suggests that this negatively impacts patient health and can slow down recovery. Studies on preterm infants revealed that light conditions in the Neonatal Intensive Care Unit (NICU) exert short-term health effects (e.g. faster weight gain and recovery, shorter hospitalization), with cycling light favorable over constant light or (near) dark conditions.

Preterm infants  experience a shorter period of circadian entrainment in-utero, and miss important parts of postnatal maternal regulation. Moreover, nutritional practices are altered: breast milk is pumped by the mothers and later given to the infant via nasogastric tubes. Evolutionary, nutritional, hormonal, and immunological factors in breast milk are likely adapted to the infant’s specific needs during day and night. By establishing the relation between the maternal circadian rhythm and the composition of important breast milk components, we may tackle one of the factors disturbing the development of the infant's circadian system, with potential lifelong health effects.

The aim of this project is to preserve circadian clock function by minimizing adverse hospital conditions, focusing on preterm babies, a particularly vulnerable patient population. We will examine the effect of the rhythms of the mother, feeding timing and composition and light conditions in the neonatal care unit on short-term and long-term growth, sleep, neurodevelopment and circadian development, and identify epigenetic marks predictive of health risk.

Sleep, Shiftwork and the Immune response to COVID-19 vaccination. Heidi Lammers-van der Holst, Senior Researcher at Erasmus Medical Center in Rotterdam

In our current COVID-19 pandemic with devastating health, social and economic impacts, there is an urgent need for effective vaccination programs. Previous influenza and hepatitis vaccination studies have shown that lack of sleep can negatively alter the immune responsiveness. Most likely, circadian misalignment may also play an important role in the immune response to vaccination, but has not been studied before.

The objective of this study was to investigate the immune response to COVID-19 vaccination in shift workers, a vulnerable group facing chronic sleep deprivation and circadian misalignment, and compare these results to a group of dayworkers with sufficient sleep duration and regular sleep times.

Twenty-five day workers and 24 shift workers, aged between 18 and 50 years, received two SARS-CoV-2 mRNA Moderna vaccinations, through the Dutch vaccination program. To assess immune responsiveness, blood was drawn at baseline (i.e. before 1st vaccination), 10 days after the first vaccination, the day prior to second vaccination; and 28 days, 6 months and 12 months after the second vaccination time point. Antibody titers and T-cell responses were assayed. Actigraphy and daily sleep e-diaries were implemented for 7 days around each vaccination to assess sleep duration and sleep quality. The Pittsburg Sleep Quality Index was used to monitor sleep in the long term. The first preliminary results will be presented during this presentation.

To conclude, our study is innovative as we are the first to examine the association of sleep and antibody responses to the COVID-19 vaccination in a vulnerable population, i.e. night shift workers. Results of this study could provide insights to develop sleep and circadian-based interventions to enhance vaccination immunity, and thereby improve global health.

 

Keynote: Evolution of sleep in the octopus

15:30 - 16:15 on 25 november 2021 (I)

Evolution of sleep in the octopus and the cyclic alternation of two states analogous to SWS and REM sleep. Sylvia Lima de Souza Medeiros, PhD student in Neuroscience, at the Brain Institute of the UFRN. Brazil
Electrophysiological recordings in amniotes (mammals, birds and some reptiles) show distinct spectral profiles that comprise two major alternating sleep states, one quiet and another active. However, obtaining electrophysiological data from invertebrates to determine neurobiological rhythms remains very challenging due to technical difficulties caused by a soft body, a rigid carapace, or life in the aquatic environment. Despite these limitations, the study of invertebrate sleep has advanced using behavioral criteria originally developed to investigate mammalian sleep (e. i. stereotyped or species-specific postures, maintenance of behavioral quiescence, elevated arousal threshold, state reversibility by sensory stimulation, and homeostatic regulation able to cause sleep rebound after deprivation). To investigate in detail the behavioral structure of cephalopod sleep, we video-recorded four adult specimens of Octopus insularis and quantified their distinct states and transitions. Movements of eyes and mantle were assessed using automated image processing tools, and arousal threshold was measured using sensory stimulation. Besides, as octopus’ skin contains pigmented chromatophore organs, controlled by motoneurons originated in brain lobes, we also assessed the changes in skin color and texture.  Two distinct states unresponsive to stimulation occurred in tandem. The first was a ‘Quiet sleep’ state with uniformly pale skin, closed pupils, and long episode durations. The second was an ‘Active sleep’ state with dynamic skin patterns of color and texture, rapid eye movements, and short episode durations. During resting, animals also displayed the ‘Half and Half’ skin pattern with one side uniformly pale and the other uniformly dark, which showed an arousal threshold between ‘Alert’ state and ‘Quiet sleep’. ‘Active sleep’ was periodic and occurred mostly after ‘Quiet sleep’. These results suggest that cephalopods have an ultradian sleep cycle analogous to that of amniotes.

 

Keynote: Chrono nutrition (English)

09:45 - 10:30 on 26 november 2021 (I)

Chrono nutrition: why meal timing and eating windows really do matter. Prof. Andries Kalsbeek, Netherlands Institute for Neuroscience, Dept. Hypothalamic Integration Mechanisms, Amsterdam Zuid-Oost 
An important hypothesis nowadays in chronobiology is that many of the metabolic problems in our current society can (at least partly) be explained by a misalignment of the central brain clock and the peripheral clocks in metabolic tissues such as the liver, pancreas, muscle and fat. Best-known example of such a misalignment is jet lag, but the most severe problems are experienced by people working shift work. It is still not clear, however, which factor is (most) responsible for these metabolic problems. Is it the disturbed sleep/wake rhythm, the changed eating patterns, the nocturnal light exposure, or a combination of these factors? In a series of human and animal experiments he investigated the metabolic consequences of light (i.e., light at night) and feeding at the wrong time of day. These experiments revealed that the primary problem seems to be a desynchronization of the different peripheral clocks. Whereas the liver clock nicely adapted to the new feeding time, the muscle clock became arrhythmic and the brown adipose tissue clock shifted only partly and showed a reduced amplitude. The varying degrees of adaptation of the different peripheral clocks probably result in a non-optimal alignment of different metabolic processes, for instance glucose production and glucose uptake or lipolysis and lipid oxidation. Also light exposure at the wrong time of day caused an impairment of energy metabolism, in this case a reduced glucose tolerance. The mechanism seems to involve both increased glucose production, reduced glucose uptake and an inhibition of insulin release. However, the time-restricted feeding experiments also revealed the potential of chrono-nutrition. Currently, we are investigating how feeding and exercise can be timed best to reduce or prevent the negative metabolic consequences of shift work.


Circadiane ritmestoornissen (Dutch)

10:30 - 11:30 on 26 november 2021 (I)

Sessievoorzitter: Marijke Gordijn

 

Spreker

Titel

Floor van Oosterhout

Circadiane ritme slaap-waak stoornissen protocol

Denise Bijlenga

Chronotherapie bij volwassenen met ADHD

Karin van Rijn

Non 24h circadiane ritme slaap-waak stoornissen


Chronotherapie bij volwassenen met ADHD. Denise Bijlenga, psychologe en senior onderzoeker bij het Slaap-Waakcentrum van SEIN

Het merendeel van de volwassenen met Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder (ADHD) heeft een verlaat slaap-waak ritme. De diagnose Delayed Sleep Phase Syndrome (DSPS) kan bij ongeveer een kwart worden gesteld. DSPS en het daarmee gepaard gaande chronische slaaptekort heeft een negatieve invloed op de mentale en lichamelijke gezondheid. Slaapproblemen en ADHD symptomen lijken hand in hand te gaan gedurende de levensloop. Eerdere kleinere onderzoeken hebben aangetoond dat behandeling van de slaapproblemen bij ADHD een positief behandel effect geeft voor zowel de slaapproblemen als op de ADHD symptomen. In deze sessie zullen de resultaten worden besproken uit onze recente dubbelblind gerandomiseerde trial waarin werd onderzocht wat de beste chrono-therapeutische behandeling is voor DSPS bij volwassenen met ADHD. Ook zal ons behandelprotocol voor slaapproblemen bij volwassenen met ADHD worden besproken.

Technical developments in measuring sleep (English)

10:30 - 11:30 on 26 november 2021 (II)

Sessievoorzitter: Sebastiaan Overeem

 

 

Speaker

Title

 

Hartmut Schneider

Patch-based polysomnography

 

Martin Dresler

Sleep EEG wearables for large-scale home recordings

 

Pedro Fonseca

Developments in wearable cardiorespiratory sleep staging

 

 

Abstracts:

 

Sleep EEG wearables for large-scale home recordings. Martin Dresler, Associate Professor, Donders Institute, Nijmegen 
Polysomnography is the methodological gold standard in sleep research. The advantage of high-quality data recorded under highly controlled laboratory conditions, however, comes with the disadvantage of considerable investments in time, effort and human resources, and thus considerable restrictions on sample sizes for sleep studies. In recent years, several sleep technology companies have developed sleep wearables with the promise of reliable sleep EEG recordings that can be self-applied with minimal effort by consumers, patients or study participants. The data quality of such sleep EEG wearables in comparison to gold standard polysomnography remains to be established, though. In this talk, recent developments in wearable sleep EEG will be presented. Empirical data on two examples of sleep EEG headbands will be highlighted: the Zmax system by Hypnodyne, and the iBand+ system by Arenar B.V.

 

Developments in wearable cardiorespiratory sleep staging. Pedro Fonseca, Senior scientist, Philips Research
Recent years have seen an explosion in the availability and use of consumer sleep trackers, with hundreds of millions of people using these devices to track their sleep and other daily activities. This technology is based on the physiological principle that sleep stages are also expressed in autonomic nervous system activity. In turn, this can be measured, for example, with the PPG sensors integrated in these devices. Amongst others, heart rate variability has shown potential in providing surrogate measures of sleep.

Although evidence comparing these devices against PSG continues to increase, most studies still focus on healthy, often young adults, with varying outcomes.

Despite limited validation, the promise of longitudinal, objective measurements of sleep at home could be of relevance for clinical applications. But the question of how well these devices can represent sleep - especially disrupted sleep - remains largely unanswered.

In this presentation we will briefly review and discuss recent developments in this area. We will present research data from our own group, obtained in large clinical datasets, showing the potential of this approach for sleep medicine.

Abstract session: Sleep and physical disease

10:30 - 11:30 on 26 november 2021 (III)

 

NVALT: Bijzondere casus uit de dagelijkse praktijk

13:00 - 14:00 on 26 november 2021 (I)

Sessievoorzitters: Jerryll Asin 

 

Spreker

Titel

Pauline van Hirtum

Bijzonder casus uit de dagelijkse praktijk

Panelleden:
Dirk Pevernagie
Johan Verbraecken
Manu Sastry

 

Sessie KNO vereniging

13:00 - 14:00 on 26 november 2021 (II)

Sessievoorzitter: Peter van Maanen

 

Spreker

Titel

Noortje Schwandt

TORS ervaringen

Pien Bosschieter

Snoozeal

Mickey Leentjes

Vernieuwingen op het gebied van unilaterale n. hypoglossus stimulatie

Olivier Vanderveken

Bilaterale n. hypoglossus stimulatie 

Neurologische bewegingsstoornissen en slaap (Dutch)

14:30 - 15:30 on 26 november 2021 (I)

Sessievoorzitter: Karin van Dijk

 

 

Spreker

Titel

 

Angelique Pijpers

Diagnostiek en behandeling van RBD

 

Lisanne Dommershuijsen

Ethische dilemma’s bij het screenen voor RBD

 

Karin van Dijk

Slaap bij de ziekte van Parkinson

 

Diagnostiek en behandeling van RBD. Angelique Pijpers, neuroloog- somnoloog, centrum voor slaapgeneeskunde Kempenhaeghe.
REM slaap gedragsstoornis (RBD) is een parasomnie waarbij, ten gevolge van een verstoring van fysiologische spieratonie tijdens de REM slaap, levendige (vaak onaangename) dromen  fysiek  worden uitbeeldt. Dit wordt dream-enacting behavior genoemd en kan o.a. gepaard gaan met stemgeluiden en plotselinge, vaak gewelddadige arm- en beenbewegingen. RBD is in veel gevallen een vroege indicator van een zich ontwikkelende neurodegeneratieve ziekte, in het bijzonder Parkinson(isme).

In deze voordracht gaan we in op de diagnostiek van RBD en de vraag waarom je een de video-PSG met extra EMG beplakking zou doen. Tot slot wordt een overzicht gegeven van mogelijke (symptomatische) behandel opties. 

 

Ethische dilemma’s bij screening voor RBD, Lisanne Dommershuijsen, PhD, ErasmusMC, Rotterdam
REM slaap gedragsstoornis (RBD) is een vaak voorkomende slaapstoornis bij mensen met de ziekte van Parkinson, multipele systeem atrofie en Lewy body dementie. Klinische studies hebben bovendien aangetoond dat tot wel 90% van de mensen met RBD uiteindelijk zal worden gediagnosticeerd met een neurodegeneratieve ziekte, meestal de ziekte van Parkinson. Om deze reden biedt het screenen voor RBD een unieke kans om meer inzicht te krijgen in de prodromale fase van de ziekte van Parkinson. Binnen het Erasmus Rotterdam Gezondheid Onderzoek (ERGO) zijn we recent gestart met het screenen voor RBD door middel van vragenlijsten en een ambulante polysomnografie, met als doel te achterhalen of mensen met RBD in de algemene populatie een vergelijkbaar risico hebben op de ziekte van Parkinson, MSA of LBD als eerdere klinische studies hebben aangetoond. Het screenen voor RBD in de algemene populatie brengt echter verschillende ethische dilemma’s te weeg, zoals: Moeten we deelnemers die positief screenen voor RBD informeren over het risico op het ontwikkelen van de ziekte van Parkinson? Gezien het gebrek aan richtlijnen voor het omgaan met deze dilemma’s, hebben wij onze ervaringen met het opstellen van een studieprotocol en overwegingen in de bestaande literatuur gebundeld. In deze presentatie zullen de verschillende ethische dilemma’s die ontstaan bij het screenen voor RBD worden besproken en zullen de huidige aanbevelingen omtrent het omgaan met deze dilemma’s worden behandeld.  

 

Slaap en de ziekte van Parkinson
Dr. Karin van Dijk, Neuroloog Somnoloog, Slaap-Waakcentrum SEIN, Heemstede
Regelmatig wakker worden, te vroeg ontwaken en slaperigheid overdag. Kenmerkende problemen die ervaren worden door patiënten met de ziekte van Parkinson. Ze blijken een grote impact te hebben op de kwaliteit van leven. Bovendien heeft een deel van de Parkinsonpatiënten een REM-slaap gedragsstoornis. Door het ontbreken van atonie in de REM-slaap zijn zij in staat hun (veelal gewelddadige) dromen letterlijk uit te voeren. Deze presentatie gaat in op de diverse oorzaken, zoals motorische en niet-motorische symptomen, medicatie en het neurodegeneratieve proces zelf. Tot slot komen de diverse behandelmogelijkheden aan bod, inclusief praktische toepassingen.

Residual EDS in OSA (English)

14:30 - 15:30 on 26 november 2021 (III)

Moderators: Mink Schinkelshoek & Jerryll Asin

 

 

Speaker

Title

 

 Jean-Louis Pepin Etiology of residual EDS in OSA

 

 Johan Verbraecken

Treatment of residual EDS in OSA

 

 Rolf Fronczek

Clinical management of residual EDS in OSA

 

Treatment of residual EDS in OSA, Prof. Dr. Johan Verbraecken, longarts, Dienst Longziekten en Multidisciplinair Slaapcentrum, Universitair Ziekenhuis Antwerpen
Behandeling van residuele slaperigheid bij patiënten met obstructief slaapapneu is een uitdaging.  Na doorgedreven evaluatie van lifestyle en comorbiditeiten is een farmacologische behandeling in een aantal gevallen geïndiceerd.  Hiertoe behoren stimulerende middelen zoals amfetamines, modafinil (indicatie OSA echter door EMA geschrapt), solriamfetol en pitolisant. Het veiligheidsprofiel van deze middelen wordt toegelicht.    

Leerdoelen:
Na deze voordracht heeft de toehoorder meer inzicht in:
- De huidige farmacologische behandelingen
- Recent goedgekeurde middelen

 

Clinical management of residual EDS in OSA - Rolf Fronczek, neurologist/somnologist Leiden University Medical Centre and Sleep-Wake Centre SEIN in Heemstede 

It is expected that new medication options will become available in the near future for the treatment of residual excessive daytime sleepiness in obstructive sleep apnea, despite treatment with continuous positive airway pressure (C-PAP) or other currently available treatment modalities.

However, in general practice it is not always easy to clearly assess whether there is true excessive daytime sleepiness or if there is fatigue instead, or if there is a cause for the complaints other than (treated) obstructive sleep apnea.  

This lecture will focus on the clinical management of the complaint residual excessive daytime sleepiness in obstructive sleep apnea.  What other causes are known and should be ruled out? What approach would work best in clinical practice? And which patients should then be treated with the soon-to-be-available new medication options? 

 
 

© Slaapcongres Nederland 2021

Ontwikkeld door De Webmakers